21 dagen na de verkiezingen in Iran lijken de politieke facties verder weg van elkaar dan ooit. Khamenei heeft duidelijk aangegeven dat verdere weerstand niet meer geduld wordt. De uitspraak van Khamenei dat demonstranten die nu nog doorgaan het geweld over zichzelf afroepen heeft het signaal gegeven dat blijvende demonstraties met geweld mogen worden tegengegaan. Dit signaal is ook door de Revolutionaire Garde en de Basij duidelijk ontvangen, met alle gevolgen van dien voor de straten van Teheran, Shiraz en zoveel andere Iraanse steden. Khamenei bevestigt hiermee de kritiek van de oppositie dat Iran steeds meer een dictatuur dreigt te worden.

Dat Khamenei zich zo actief bemoeide met de verkiezingen kwam voor velen als een grote verassing. Als Grote Leider hield hij zich doorgaans (in het openbaar) afzijdig van inmenging in de democratische pijler van de Iraanse verkiezing. Hij prefereerde het imago van een onpartijdig leider als zijn machtsbasis, waarbij zijn invloed zich vooral deed gelden achter de schermen. Dat hij hiervan afstand heeft gedaan is wellicht de meest belangrijke uitkomst van de onrusten. Khamenei heeft deze verkiezingen – samen met alle staatsraden die onder hem vallen – actief partij gekozen voor één partij in het politieke landschap. Vooraf heeft hij Ahmedinejad afgeschilderd als ideale kandidaat voor president. Ook het bekrachtigen van de verkiezingsuitslag luttele uren na het sluiten van de stembureaus werd door velen als flagrante inmenging gezien. Temeer hij daarbij vooruitliep op de formele vaststelling van de uitslag, en het onmogelijk was dat stemmen van afgelegen gebieden al geteld waren. Hij noemde de uitslagen een goddelijk teken. Maar door zo sterk partij te kiezen voor één van die facties vervreemd Khamenei een grote groep gematigden, en moet hij steeds meer leunen op een slinkende machtsbasis. Deze erosie van zijn machtsbasis zal nog bij hem terugkomen.

Tegelijkertijd blijft Mousavi bijzonder tweeslachtig in zijn aanpak van de crisis, door de rol van Khamenei zelf nooit ter sprake te stellen. Mousavi zelf heeft zijn strepen verdiend bij de Islamitische revolutie en de jaren erna. Als premier van Iran is hij verantwoordelijk geweest voor het starten van het nucleaire programma van Iran via het criminele netwerk van de in Nederland geschoolde Khan. Het beeld dat soms in westerse media wordt geschetst van een ware dissident is verre van waar. Hij is altijd voorstander geweest – en zelfs vormer – van het theocratische Iran en het instituut van Grote Leider. Hij is de voorbije weken het symbool geworden voor de democratische component van de Iraanse verkiezingen. Tegelijkertijd weigert hij te tornen aan de legitimiteit van de theocratische component van Iran, te weten de positie van Khamenei. Maar nu Khamenei zo uitgesproken partij heeft gekozen wordt deze houding steeds moeilijker houdbaar. Mousavi heeft nu aangekondigd een een platform op te zetten die de verkiezingen via legale weg aan zal vechten. Hij opent hiermee de deur voor andere gematigden om hem openbaar te steunen in zijn strijd. Hij heeft bij deze oproep de Raad van Hoeders (werkend onder toezicht van Khamenei) sterk bekritiseerd. Ze zouden hun ogen gesloten hebben voor de overvloedige fraude en deze onterecht te hebben bekrachtigd. Mousavi kan al met recht claimen de Islamitische Revolutie een warm hart toe te dragen. Door de rol van de Grote Leider ook nu niet expliciet te benoemen opent Mousavi de deur voor andere gematigden binnen het regime om hem te steunen.

De vraag is dus in hoeverre Khamenei de druk zal opvoeren tegen deze vorm van protest. Tot nog toe heeft hij ongekend fel gereageerd door te zeggen dat Mousavi de uitkomst moet accepteren of anders maar uit Iran te vertrekken. Als hij deze toon voortzet zal het verzet tegen hem toenemen, maar waarschijnlijk niet openbaar worden. Hiermee zullen de verhoudingen in Iran nog explosiever worden.