Soms lees je een artikel, dat je simpelweg het liefst zelf had wilen schrijven. Maar als het gaat om een kwalitatief schrijver als Rob Wijnberg, dan weet je dat het ijdele hoop is. Om die reden steekt mijn jaloezie regelmatig de kop op bij stukken van zijn hand. Het laatste voorval was vorige week, met zijn artikel “Gelijk heb je nooit, maar moet je krijgen“. Een artikel dat de retorische technieken van Wilders mooi afzet tegen Aristoteles’ Rhetorica. Hij analyseert scherp dat Wilders zich uitstekend bewust is van de methoden van het publieke debat, en hoe hij de publieke opinie op zijn hand weet te krijgen. Van mijn kant geen herhaling van het stuk (het origineel is zeer zeker de moeite waard), maar wel het uitlichten van de boeiende stelling aan het eind van zijn stuk:

“Dat zou je dan ook de grote tekortkoming van de ‘linkse elite’ kunnen noemen: zij voelt zich meer thuis in de traditie van Plato dan die van Aristoteles. Dat wil zeggen, linkse politici beroepen zich liever op ‘zuivere waarheid’ en ‘rechtvaardige principes’ dan op retoriek. Misschien geen slecht idee om, voor de verkiezingen van 2011, toch nog even de Rhetorica te lezen.”

In Wilders heeft Nederland – ongeacht inhoudelijke punten – een groot retoricus. Durven wij als links daar wel van te leren? We weten dat we gelijk hebben (*ahum*), maar doen we ook ons best om dat te krijgen? Mijn antwoord: nee. Ik geef Rob Wijnberg eigenlijk groot gelijk.