Ik ben kandidaat voor het Landelijk Partijbestuur van GroenLinks voor 2016-2019, voor de functie Externe Partijontwikkeling. Ik ben vereerd met de mooie aanbeveling van de Kandidaten Commissie, en word door GroenLinksers in veel geledingen van de partij gesteund (lees op deze plek wat anderen over mij zeggen).

Waarom geloof ik in GroenLinks?

Ik geloof in een inclusieve en duurzame wereld. 

Dat zijn kernwaarden waar ik me – als lid, als burger en als professional – al jaren voor inzet. Mijn werk in het buitenland op sociale inclusie, kleinschalige landbouw en anti-discriminatie scherpten bij terugkomst mijn blik op ons eigen land. Nog te weinig partijen herkennen dat kwesties van duurzame productie en consumptie onlosmakelijk verbonden zijn met sociaal-economische ongelijkheid. GroenLinks is de enige partij die erkent dat hetzelfde systeem van uitbuiting aan beiden ten grondslag ligt. En ondanks verontwaardiging toch constructief blijft werken aan een betere toekomst.

Waarom Externe Partijontwikkeling?

Een serieuze partij verdient een serieus netwerk.

Onze partij staat op een kantelpunt. GroenLinks wordt een steeds serieuzer optie voor een brede groep kiezers. Er is een gat op links dat GroenLinks kan – in mijn ogen móet – opvullen. Maar voor een serieuze partij ontberen we een serieus netwerk. We moeten verbindingen opzoeken met medestanders én tegenstanders die onze boodschap kunnen versterken.

Elke dag meer medestanders om op te zoeken

Peilingen van Ipsos laten ons kansen zien: één vijfde van alle Nederlanders heeft sympathie voor GroenLinks. In mijn huidige werk als organisatieadviseur voor publieke sector en non-profit zie ik dat terug: ik kom veel initiatieven tegen van onderop die onze steun verdienen. Vaak zijn deze groepen niet politiek gelieerd. We hebben echter genoeg kansen om samen op te trekken. Vóór een inclusieve benadering van onderwijs. Vóór zorg die zich baseert op compassie. Vóór een leefbaar inkomen. Hierop kunnen we functioneel samenwerken, met leraren, met zorgprofessionals en patienten, en met vakbonden.

 

Steeds meer plicht om tegenstanders op te zoeken

Als oppositie zijn we gewend bepaalde groepen als tegenstander te zien. We zijn van nature wantrouwig van macht, geld en de zwaardmacht van de staat. En terecht, want die drie staan vaak aan de wortel van ecologische en sociale uitbuiting. Maar een serieuze politieke partij doet ook handreikingen aan politiek tegenstanders. Er zijn steeds meer bankiers die graag willen bouwen aan duurzame investeringen. Er zijn steeds meer boeren die duurzame landbouw als uitgangspunt nemen. Het is belangrijk dat we hen (meer) aan ons binden. We hoeven het niet 100% eens te zijn om elkaar te kunnen begrijpen.

 

Hoe wil ik dat doen?

Focus op handvol strategische thema’s, en er écht voor gaan

Ik heb al eerder met dit bijltje gehakt. In 2009 was er een tekort aan expertise op vrede en veiligheid, en deze was slecht georganiseerd. Ik heb de Werkgroep Vrede & Veiligheid opgericht, die zich onder andere boog over het heikele vraagstuk van militaire missies. Ik koos voor een praktische en bescheiden aanpak, waarbij ik buiten de politieke aandacht verbinding zocht met mensen uit de vredesbewegingen, defensie en buitenlandse zaken. Die brede en a-politieke basis zorgde voor een open uitwisseling van ideeën die de inhoud ten goede kwam. Er liggen volop kansen om dezelfde aanpak in te zetten voor andere maatschappelijke behoeftes en bewegingen van onderop.

Wat ga ik dan concreet doen?

Vier concrete stappen

Sinds mijn presentatie aan de kandidatencommissie in januari (hier te vinden) zijn de grote lijnen van mijn plannen bekend.

 

  1. Een korte strategische verkenning, en een duidelijke focus. Werkgroepen, PPC en volksvertegenwoordigers hebben al ideeën bij welke thema’s het meest potentie hebben. In het eerste jaar wil ik de partij op twee thema’s richten waarin we ons extern netwerk gaan versterken.
  2. Netwerk verkennen en waar nodig ontginnen. We hebben allemaal ons netwerk. Met de twee thema’s in hand kunnen we deze actief gaan inzetten, en uitbreiden waar nodig.
  3. Inspirerende bijeenkomsten organiseren. Ik geloof dat verbindingen alleen ontstaan als er menselijk contact is. Daarom wil ik fysieke bijeenkomsten organiseren samen met maatschappelijke actoren op inspirerende thema’s.
  4. Systematische follow-up. Bijeenkomsten zijn leuk, maar ze moeten ook opgevolgd worden. Systematische nabespreking, en herhaaldelijke ontmoetingen zijn belangrijk om het netwerk te verankeren.

Is dit niet heel veel gedoe?

Ja. Maar het is nodig als we duurzaam willen groeien.

De stijgende sympathie voor GroenLinks is evident. Het is zaak dat electoraal en maatschappelijk te verzilveren. Ik zie met name kansen om onze natuurlijke netwerken met migranten-, duurzaamheids- en vakbondsbewegingen te versterken. Het zal duidelijk zijn dat deze agenda zelf ook samenwerking vereist. Ik zie er dan ook naar uit om met veel oude en nieuwe vrienden binnen de partij gezamenlijk aan de slag te gaan.